Hieronder vindt u antwoorden op veelgestelde vragen. Als u een
vraag heeft die u niet hieronder beantwoord ziet, kunt u contact opnemen via ons reactieformulier.
 |
Wanneer worden de gegevens op de GIPdatabank geactualiseerd?
We streven ernaar om het openbare gedeelte van de GIPdatabank twee maal per jaar te actualiseren. De doorlooptijd voor actualisatie bedraagt zes weken. Als niet alle zorgverzekeraars volledig hebben aangeleverd, geldt de volgende combinatie van minimumeisen om te actualiseren:
- voor ten minste zes labels zijn de gegevens over het betreffende jaar volledig aangeleverd
- verzekerdenaandeel van deze labels bedraagt tenminste 45%
Als onze steekproef niet aan de eisen voldoet, wordt de actualisatie uitgesteld.
| 15.04.2013 |
2011 (voorlopig) |
| 01.07.2013 |
2012 (voorlopig) |
Wat is een uitgifte?
Een uitgifte is een receptregel op een voorschrift.Tot 1 juli 2008 bestond de receptregelvergoeding uit één vast tarief ongeacht het soort aflevering: een gelijk tarief voor zowel een relatief eenvoudige vervolguitgifte als een ingewikkelde bijzondere magistrale bereiding. De hoogte van dit tarief werd jaarlijks vastgesteld door de NZa. Vanaf 1 juli 2008 is deze vaste receptregelvergoeding vervangen door een gedifferentieerde prestatiebekostiging. Dit houdt in dat voor een vervolguitgifte, waar relatief weinig werk voor hoeft te worden gedaan door de apotheek, een lager tarief geldt dan voor een arbeidsintensieve bijzondere magistrale bereiding.
Deze tariefstructuur gaat ervan uit dat de apotheek altijd één basisprestatie levert, eventueel aangevuld met één of meerdere aanvullende prestaties:
Basisprestaties:
- weekuitgifte
- standaarduitgifte
Aanvullende prestaties:
- eerste uitgifte (afgelopen 12 maanden niet eerder gehad in dezelfde apotheek)
- ANZ-recept (Avond, Nacht (van 18:00 uur 's avonds tot 8:00 uur 's ochtends de volgende dag) of Zondag, incl. nationale feestdagen)
- bijzondere magistrale bereiding
- reguliere magistrale bereiding
De aanvullende prestaties zijn cumulatief met de basisprestatie, waarbij een aflevering van een magistrale bereiding niet tegelijkertijd bijzonder en regulier kan zijn.
Bijvoorbeeld: voor een aflevering van een herhaling van een standaard recept op zondag geldt een tarief van: standaarduitgifte + ANZ-recept.
Voor een eerste uitgifte op bijvoorbeeld 2e Pinksterdag geldt een tarief van: standaarduitgifte + eerste uitgifte + ANZ-recept.
De hoogte van de verschillende prestaties wordt steeds vastgesteld door de NZa.
Wat is een unieke leverancier?
Een unieke leverancier is een leverancier van dure geneesmiddelen die gespecialiseerd is
in het leveren van bepaalde middelen. De fabrikant van deze dure geneesmiddelen kiest ervoor
om zijn produkt via één geselecteerde, nationaal opererende apotheek af te zetten.
Het gaat om middelen tegen (chronische) aandoeningen, die door een gespecialiseerde verpleegkundige bij de patiënt thuis
worden geïnjecteerd. Zij kan de patiënt ook begeleiden en instrueren bij het gebruik van de medicijnen.
Soms regelt de unieke leverancier de administratie voor het aanvragen van de machtiging die de zorgverzekeraar moet afgeven.
 |
Wat is een startende gebruiker?
Een startende gebruiker van een geneesmiddel is een verzekerde die in het vierde kwartaal van het betreffende jaar
minstens één keer dat geneesmiddel afgeleverd heeft gekregen nadat deze verzekerde gedurende
minstens drie kwartalen voorafgaand aan dit recept niet dat geneesmiddel en ook geen enkel ander middel
met dezelfde ATC4-code afgeleverd heeft gekregen.
Voorbeeld: simvastatine
Simvastatine heeft ATC5-code C10AA01 en ATC4-code C10AA.
Pravastatine (C10AA03), fluvastatine (C10AA04), atorvastatine (C10AA05) en rosuvastatine (C10AA07) hebben dezelfde ATC-4-code C10AA.
Simvastatine wordt dus beschouwd samen met de andere statines.
Een starter van simvastatine is een verzekerde die in het betreffende jaar minstens één keer in het vierde kwartaal simvastatine afgeleverd
heeft gekregen nadat deze verzekerde gedurende drie kwartalen voorafgaand aan dit recept geen simvastatine
en geen enkele andere statine afgeleverd heeft gekregen.
Factoren die het percentage starters beïnvloeden
- De mate van chroniciteit of intermitterend gebruik met niet te lange tussenposen: hoe meer chroniciteit, des te lager is het percentage starters.
- De mate van groei van het aantal gebruikers (met name bij nieuwe middelen): hoe meer groei, des te hoger is het percentage starters.
- Overstapgedrag van middelen met dezelfde ATC4-code: hoe meer overstapgedrag binnen zes maanden, des te lager is het percentage starters.
Overstappers binnen een ATC4-groep zijn immers geen starters.
 |
Hoe werkt het ATC-classificatiesysteem?
Dit classificatiesysteem van de World Health Organization deelt een
geneesmiddel in door aan elke werkzame stof of combinaties daarvan een eigen code toe te
kennen. Het antidepressivum Fluoxetine (Merknaam: Prozac®) heeft bijvoorbeeld als
ATC-code: N 06 AB 03 De eerste letter (N) staat voor de anatomische hoofdgroep, in dit
geval die van het zenuwstelsel (Nervous system). In combinatie met het
tweecijferige getal (06) achter de N ontstaat de code voor de therapeutische subgroep. N06
is de code voor de therapeutische subgroep van de psychoanaleptica.
De tweede letter (A) staat voor de farmacologische subgroep, de farmacologische subgroep
N06A is die van de antidepressiva. In combinatie met de derde letter (B)onstaat de code
voor de chemische subgroep. N06AB is de code voor de chemische subgroep van selectieve
serotonine heropnameremmers (SSRI's).
Het laatste getal staat uiteindelijk voor de specifieke werkzame stof binnen de chemische
subgroep. In dit geval dus fluoxetine.
Op de GIPdatabank gebruiken we het ATC-classificatiesysteem dat door de WHO is vastgesteld in het meest recente rapportagejaar.
Deze indeling is toegepast op alle voorgaande jaren, zodat de gegevens over alle jaren op dezelfde wijze zijn geclassificeerd.
 |
Hoe werkt het
Monitor-classificatiesysteem?
De Monitorcodering is een classificatiesysteem en deelt hulpmiddelen in naar hoofd- en subcategorieën. Deze indeling in hoofd- en
subcategorieën is door het GIP ontwikkeld en baseert zich op de meest recente versie van Artikel 2.6 van de Regeling zorgverzekering. Artikel 2.6 omschrijft de hulpmiddelen
die voor vergoeding in het kader van de Zvw in aanmerking komen. Wijzigingen in de aanspraak op hulpmiddelenzorg kan ook gevolgen hebben voor de Monitorcodering.
Eventuele wijzigingen in de Monitorcodering worden met terugwerkende kracht doorgevoerd op de gegevens over de voorgaande jaren. Verder sluit de Monitorcodering aan bij de uitvraag van de jaarstaten waarmee
zorgverzekeraars hun kosten ten laste van de Zvw verantwoorden bij het CVZ en de NZa. Bij het categoriseren van de hulpmiddelen in monitorcodes is
gebruik gemaakt van de ISO 9999-classificatie.
De letter geeft de hoofdcategorie aan en de combinatie van deze letter met de twee eerstvolgende cijfers de subcategorie.
Bijvoorbeeld een Rollator heeft monitorcode L0520. De L staat voor de hoofdcategorie 'Hulpmiddelen voor mobiliteit' en L05 duidt op de subcategorie
'Eenvoudige hulpmiddelen voor mobiliteit'.
 |
Wat zijn DDD's?
Om inzicht te krijgen in het gebruik van geneesmiddelen is alleen een vergelijking van
aantallen uitgiftes niet voldoende. Een uitgifte kan namelijk verschillende
hoeveelheden tabletten, injectiespuiten etc. bevatten. Het tellen van het aantal tabletten
en injectiespuiten levert ook problemen op, immers hoe verhouden zich 10 mg tabletten tot
100 mg/ml injectiespuiten? Daarom heeft de World Health Organization een
inschatting gemaakt van wat de gemiddelde dagelijkse dosis zal zijn wanneer het
geneesmiddel wordt ingezet voor de hoofdindicatie. Hierbij wordt uitgegaan van een
onderhoudsbehandeling van volwassenen. Deze dosis heet de Defined Daily Dose ofwel DDD.
Deze definitie maakt het mogelijk om het gebruik van verschillende toedieningsvormen en
verschillende middelen met elkaar te vergelijken. Bij een aantal geneesmiddelen heeft de WHO geen DDD-waarde gedefinieerd en hebben we
zelf een DDD bepaald.
De DDD-waarde die op de GIPdatabank wordt gerapporteerd, is de DDD-waarde die geldig is in het meest recente rapportagejaar. Deze waarde is
toegepast op alle voorafgaande jaren zodat de berekening van het aantal DDD's over alle jaren volledig met elkaar vergelijkbaar is.
Wat is de definitie van gebruiker?
Een gebruiker is gedefinieerd als een patiënt die gedurende een kalenderjaar minstens
één uitgifte voor het betreffende geneesmiddel heeft ontvangen. Dit kan ook een
declaratie van een reparatie of aanpassing van een bepaald hulpmiddel zijn. Doordat iemand
in een jaar verschillende genees- of hulpmiddelen kan gebruiken, kunnen
gebruikersaantallen niet zomaar worden opgeteld. Een patiënt die zowel een uitgifte
voor simvastatine als voor atorvastatine heeft ontvangen, telt mee als gebruiker van
simvastatine én als gebruiker van atorvastatine; op het niveau van de
cholesterolverlagers telt hij maar eenmaal mee. Hetzelfde geldt voor iemand die zowel een
declaratie voor een bovenbeenprothese als voor reparatie van een prothese heeft
ontvangen. Op het niveau van prothesen wordt hij maar 1 keer als gebruiker geteld.
Wat houden totale kosten in?
In de databank worden de kosten uitgedrukt als totale kosten. Deze totale kosten bestaan
uit de kosten van het geneesmiddel én de kosten van het afleveren van het geneesmiddel
(inclusief BTW). Bij de hulpmiddelen zijn het de kosten inclusief de kosten voor reparatie
van een hulpmiddel, tenzij de kosten van reparaties apart zijn ondergebracht in subgroepen.
De totale kosten zijn exclusief eventuele bijbetaling door de verzekerde.
Wat is de definitie van een
declaratie?
Eén declaratie staat voor één rekening ingediend bij de zorgverzekeraar met kosten voor
aanschaf, bruikleen, aanpassingen óf reparaties van een hulpmiddel. De hoeveelheid
(aantal eenheden) van het afgeleverde hulpmiddel kan per declaratie verschillen.
Mag ik de informatie uit de GIPdatabank
gebruiken?
De informatie op het openbare gedeelte van de GIPdatabank is gratis en mag gebruikt worden
mits steeds de volledige bronvermelding plaatsvindt: GIP/College voor zorgverzekeringen.
Kan ik ook een gebruikersnaam of wachtwoord
krijgen om in te loggen?
Het besloten deel van de GIPdatabank is bedoeld voor medewerkers van zorgverzekeraars die
gegevens aan het GIP aanleveren en voor een aantal organisaties waarmee het CVZ een
overeenkomst heeft gesloten.
Als u niet in aanmerking komt voor de mogelijkheid om in te loggen, maar u wilt wel
gebruik maken van specifieke informatie van het GIP, kunt u contact met ons opnemen. Voor het gebruiken van de GIP-gegevens heeft
het CVZ een reglement opgesteld met de eisen en voorwaarden die aan dit gebruik gesteld
worden. Deze eisen en voorwaarden hebben met name betrekking op de doelstelling van uw
onderzoek en het gebruik van de gegevens.
Welke merknaam wordt in de tabellen
getoond?
In de GIPdatabank wordt er voor wat betreft de geneesmiddelen op het niveau van de werkzame stof maximaal één merknaam getoond.
Deze merknaam is de naam van het specialité met de meeste uitgiftes in het meest recente jaar op de GIPdatabank.
De kengetallen op de GIPdatabank (bijvoorbeeld: uitgiftes) hebben steeds betrekking op alle middelen met deze specifieke werkzame stof, dus op alle specialité's, generieke varianten en parallel import.
Wat zijn wildcards?
Wildcards zijn tekens die u in uw zoekopdracht kunt gebruiken. De wildcard '?' kunt u
gebruiken ter vervanging van één enkel teken. Bijvoorbeeld: '?atheters' wanneer u op
zoek bent naar catheters en u niet meer weet of dit als katheters of catheters wordt
gespeld.
De wildcard '*' staat voor één of meer onbekende letters. Bijvoorbeeld: wanneer u de
zoekterm: '*prazol' gebruikt vindt u alle namen die eindigen op prazol (omeprazol,
pantoprazol, lansoprazol, etc.). Het aantal of de soort letter(s) is hierbij niet van
belang.
De positie van de wildcard kunt u zelf bepalen. Ook kunt u in één zoekterm de twee
soorten wildcards tegelijkertijd gebruiken: zoals '?m?pra*' wat zowel omeprazol als
imipramine als zoekresultaat oplevert.
Wat is het verschil tussen een . en 0,00
| Een '0' in een tabel op de GIPdatabank geeft een zeer klein getal weer wat na
afronding nul is. Geen waarde (een absolute nul) wordt met een '.'. |
| Terug naar boven |
|
|