Rijksoverheid

GIPdatabank

Actueel

  1. De cijfers over 2015 zijn op de GIPdatabank gepubliceerd.

    november 2016

    De GIPdatabank is geactualiseerd met cijfers over 2015. De uitgaven voor geneesmiddelen in 2015 stijgen met 2,4% naar totaal € 4,5 miljard. De uitgaven aan hulpmiddelzorg in 2015 zijn vrijwel gelijk aan de uitgaven in 2014 en bedragen € 1,5 miljard. De cijfers over 2014 en 2015 zijn nog voorlopig van aard.


    GENEESMIDDELEN

    Vervanging eenheid Totale kosten
    Per 1 juli 2015 heeft een wijziging plaatsgevonden in de declaratiestandaard voor farmaceutische zorg. De declaraties worden voortaan gesplitst: één declaratie met daarin het tarief (de basisvergoeding) voor het verstrekte geneesmiddel en één declaratie met daarin het tarief dat de apotheker in rekening brengt voor zijn dienstverlening. Dit kan een tarief zijn gekoppeld aan de uitgifte van een geneesmiddel maar ook een tarief dat daar los van staat, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van een medicijncheck bij patiënten die meerder geneesmiddelen gelijktijdig gebruiken. Door deze splitsing is de GIPdatabank aangepast. Vanaf deze actualisatie presenteren wij de vergoeding exclusief BTW in de rapportages. Op de homepage worden nog wel de vergoeding voor de dienstverlening van de apotheek en de BTW gerapporteerd. De vergoeding van het verstrekte geneesmiddel en de vergoeding voor de dienstverlening van de apotheek inclusief de 6% BTW zijn de totale kosten, zoals wij die in vorige versies vermelden.

    Algemene ontwikkelingen
    De uitgaven voor geneesmiddelen in 2015 laten op de GIPdatabank een stijging zien van 2,4%. In tegenstelling tot voorgaande jaren is er in 2015 geen sprake geweest van het overhevelen van geneesmiddelen naar het ziekenhuisbudget. Het aantal gebruikers van geneesmiddelen blijft in 2015 vrijwel gelijk aan 2014. 67% van het totaal aantal verzekerden in Nederland gebruikt een geneesmiddel. Kijk naar de Meerjarentabel voor meer informatie.

    Doorgeleverde bereidingen:
    Het aantal doorgeleverde bereidingen laat de afgelopen jaren een flinke groei zien. Ook in 2015 stijgt het aantal uitgiftes met 13,4% naar 5,5 miljoen en de vergoeding voor deze doorgeleverde bereidingen is toegenomen met 20% naar 69 miljoen euro.

    Grootste stijgers:
    De vergoeding voor de nieuwe middelen Sofosbuvir en Lamivudine met abacavir en dolutegravir steeg met ruim 76 miljoen euro en zijn daarmee de grootste stijgers in 2015. Sofosbuvir wordt voorgeschreven voor de behandeling van chronische hepatitis C en het combinatiepreperaat Lamivudine met abacavir en dolutegravir voor een HIV-infectie. Sofosbuvir staat door de enorme stijging in de vergoeding meteen op nummer drie in de top 100 van geneesmiddelen met de hoogste uitgaven. Het geneesmiddel Dimethylfumaraat dat voorgeschreven wordt voor de behandeling van Multiple Sclerose, is sinds eind 2014 op de markt. De vergoeding van dit middel is in 2015 gestegen met 12,6 miljoen euro. Colecalciferol (Vitamine D) is de grootste stijger in het aantal gebruikers, met 22,4% stijgt het aantal gebruikers naar ruim 740 duizend. Deze vitamine D wordt voorgeschreven aan patiënten met osteoporose en met een tekort aan vitamine D. Kijk naar de rapportage Top 25 stijgers voor meer informatie.

    Voedingsmiddelen:
    De uitgaven aan voedingsmiddelen zijn in 2015 met 10% gedaald naar 61,4 mln euro. Het aantal gebruikers is daarentegen licht gestegen. Doordat zorgverzekeraars ook bij voedingsmiddelen, voornamelijk bij drinkvoedingen, preferente middelen selecteren met een lagere prijs, daalt de vergoeding per gebruiker in 2015.

    Polyfarmacie:
    Polyfarmacie is het chronisch gebruik van vijf of meer verschillende geneesmiddelen naast elkaar. Het aantal Polyfarmacie patiënten van 65 jaar en ouder neemt de afgelopen twee jaar met 1,5% per jaar toe . Er zijn sinds 2014 ruim 1 miljoen verzekerden met Polyfarmacie. De geneesmiddelen die het meest gebruikt worden zijn voor de behandeling van maagklachten, trombose, verhoogd cholesterol, hartfalen en hypertensie. Kijk naar de rapportages Polyfarmacie top 10 , Polyfarmacie leeftijd en geslacht en Polyfarmacie regionaal voor een compleet beeld van de ontwikkelingen Polyfarmacie.

    HULPMIDDELEN

    Verschuivingen door hercoderingen
    In 2012 heeft de werkgroep Verbandmiddelen van Zorgverzekeraars Nederland alle verbandmiddelen in de G-Standaard van de Z-index opnieuw ingedeeld in de productgroepen verbandmiddelen of compressiematerialen. Hierdoor zijn er ZI-nummers verschoven van de productgroep verbandmiddelen naar de productgroep compressiematerialen. Deze wijzigingen zijn in 2016 met terugwerkende kracht in de door het GIP opgebouwde hulpmiddelenbestanden doorgevoerd. Daarnaast is er voor een aantal ZI-nummers van materialen ter bescherming van wond en/of huid met terugwerkende kracht een hercodering doorgevoerd waardoor deze producten zijn verschoven van de categorie stomamaterialen naar overige verzorgingsmiddelen. Verder zijn er circa 100 ZI-nummers van urine-opvangzakken, niet op het lichaam gedragen, gekoppeld aan de GPH-code '092709000000 - Niet-lichaamsgebonden urine-opvangmiddelen en urineflessen'. Deze GPH-code wordt door het GIP gerekend onder de categorie 'A1530 - Urinaal'. De bijhorende gegevens over de kosten en het gebruik van de circa 100 artikelen zijn door de hercodering verschoven van de categorie 'A1525 - Urine-opvangzakken en toebehoren’ naar de categorie 'A1530 - Urinaal'. Het lastige van deze hercodering is dat de gebruikersaantallen van de twee categorieën 'A1525' en 'A1530' niet bij elkaar kunnen worden opgeteld omdat een unieke verzekerde in beide categorieën kan voorkomen. Kijk voor het effect van de hercoderingen naar de Meerjarentabel.

    Algemene ontwikkelingen
    De totale uitgaven voor hulpmiddelenzorg in 2015 komen net als in 2014 uit op totaal €1,5 miljard. Het aantal gebruikers van hulpmiddelenzorg neemt wel toe en groeit met 3% naar totaal 2,3 miljoen verzekerden. Omdat de kosten per gebruiker dalen, leidt de toename van het aantal gebruikers in 2015 niet tot een stijging van de totale uitgaven. Kijk naar de Meerjarentabel voor een compleet beeld van alle ontwikkelingen in de hulpmiddelenzorg in de periode 2011 - 2015.

    Gehoorhulpmiddelen
    In 2014 en 2015 stijgen de kosten met gemiddeld 25% per jaar naar totaal €188 miljoen in 2015. De stijging van de uitgaven aan hoortoestellen wordt voor vooral veroorzaakt door een toename van het aantal gebruikers, en in iets mindere mate door een groei van de kosten per gebruiker. Het patroon van een piek in het gebruik en kosten in het laatste kwartaal van het kalenderjaar, gevolgd door een daling in het eerste kwartaal van het opvolgende jaar is ook in de jaren 2014 en 2015 zichtbaar. Hierbij valt op dat de piek in het laatste kwartaal in 2015 voor wat betreft de uitgaven bijna op hetzelfde niveau ligt als in het laatste kwartaal van 2012.

    CPAP apparatuur en Voorzetkamers
    De eerste twee plaatsen in de Top 10 stijgers worden ingenomen door de categorieën Voorzetkamers en CPAP-apparatuur. Bij deze hulpmiddelen is de toename van het aantal gebruikers in absolute getallen het grootst. De uitgaven aan CPAP-apparatuur stijgen met 19% naar € 46,8 miljoen. De groei van de uitgaven aan Voorzetkamers ten opzichte van het voorgaande jaar komt in 2015 uit op 14%: totaal € 13,7 miljoen.

    Incontinentiematerialen
    In 2015 daalt het aantal gebruikers van incontinentiematerialen verder naar 480.000 verzekerden (-4%). Ondanks deze daling van het aantal gebruikers, blijft de categorie incontinentiematerialen de grootste groep gebruikers van hulpmiddelenzorg. In tegenstelling tot 2014, leidt de afname van het aantal gebruikers niet tot een daling van de uitgaven aan incontinentiematerialen. In 2015 stijgen de uitgaven aan incontinentiematerialen met 2% naar € 153 miljoen. Deze stijging van de uitgaven lijkt vooral het gevolg van de toename van de kosten per gebruiker met 6% naar € 320 per gebruiker in 2015.

    Voorzieningen voor stomapatiënten
    De uitgaven aan voorzieningen voor stomapatiënten dalen in 2015 ten opzichte van het voorgaande jaar met -10% naar € 127 miljoen. Het aantal gebruikers van stomamaterialen neemt nauwelijks af in 2015 (-1%), waardoor de daling van de kosten vooral het gevolg zijn van de daling van de kosten per gebruiker: met -9% naar € 1.690 per gebruiker. Mogelijk wordt de daling van de kosten per gebruiker veroorzaakt door veranderingen van het inkoopbeleid van stomamaterialen door een aantal grote zorgverzekeraars in 2015.

    Diabetes testmaterialen
    De in 2014 geconstateerde daling van de kosten per gebruiker van diabetes testmaterialen zet zich in 2015 verder door: een daling van bijna -27% naar € 238 euro per gebruiker. Het aantal gebruikers daalt met -4% naar ruim 262.000 verzekerden. De totale uitgaven aan diabetes testmaterialen komen hierdoor in 2015 uit op € 62,5 miljoen. Dit is een verschil van bijna € 26 miljoen (-29%) ten opzichte van 2014. Net als in 2014 zijn er ook in 2015 wijzigingen geweest met betrekking tot het inkoopbeleid van diabeteshulpmiddelen door zorgverzekeraars. Mogelijk verklaren deze veranderingen van het inkoopbeleid de grote daling in de uitgaven aan diabetes testmaterialen.

Contact

Hans Piepenbrink
Coördinator Team Databeheer
Verzekering Zakelijk
(020) 797 86 86