Kosten Geestelijke gezondheidszorg

Geneeskundige GGZ

  • Geraamde kosten voor het volledige jaar

  • Voor dit meerjarenoverzicht zijn alle kosten ingedeeld volgens de gegevensuitvraag per verantwoordingsjaar. Klik op onderstaande link voor meer informatie.

Kosten

2021

2022

2023

2024 *

2025 *

Samengestelde jaarlijkse groei

Specialistische GGZ met verblijf

€999,8

.

.

.

.

.

Langdurige GGZ, jaar 2 en 3

€138,9

.

.

.

.

.

Specialistische GGZ zonder verblijf

€1.574,6

.

.

.

.

.

Basis GGZ

€206,9

.

.

.

.

.

Consulten GGZ

.

€3.300,5

€3.664,9

€4.096,6

€4.394,8

10,01%

Intramuraal verblijf GGZ

.

€1.083,1

€1.144,4

€1.230,2

€1.269,6

5,44%

Kosten overige prestaties

.

€197,5

€217,0

€226,1

€246,0

7,59%

Meerkosten Corona indirect

€15,2

€5,9

.

.

.

.

Continuïteitsbijdrage Corona

€16,1

.

.

.

.

.

Totaal

€2.951,4

€4.587,0

€5.026,3

€5.553,0

€5.910,3

* De twee meest recente jaren zijn nog niet uitgedeclareerd en zijn aan verandering onderhevig.

Bron: Verantwoordingsinformatie Zorginstituut Nederland en declaratiedata zorgverzekeraars (via Vektis), bijgewerkt tot en met het 4e kwartaal 2025
Geactualiseerd op: 06-03-2026

Bekostiging van de GGZ

De cijfers uit deze rubriek hebben betrekking op de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) in Nederland. Dit is alle zorg die geleverd wordt door GGZ-instellingen en welke valt onder de dekking van het basispakket van de Zvw. Een deel van de GGZ-lasten vallen buiten deze categorie en worden gemaakt bij de huisartsenpraktijken (POH-GGZ), in de Jeugdwet (voor patiënten jonger dan 18 jaar), in de Wlz (GGZ-B en GGZ Wonen) en in de Wmo (GGZ-C / Beschermd wonen). De GGZ valt onder het verplichte eigen risico. Als de zorg wordt geleverd door de huisarts of de POH-GGZ, dan geldt het eigen risico niet.

Tot 2022 kende zowel de basis GGZ als de specialistische GGZ een DBC-bekostiging. De NZa stelde hier maximumtarieven voor vast. Na een verblijf van één jaar komt een cliënt in de langdurige GGZ terecht. Hier gelden zorgzwaarteprofielen. Bij meer dan drie jaar verblijf, stroomt de cliënt door naar de Wlz, waar deze in zorgprofiel GGZ-B terecht komt. Sinds 2014 vallen jaar twee en drie van de langdurige GGZ onder de Zvw. Vanaf 2021 kan een cliënt, onder bepaalde voorwaarden, rechtstreeks in de Wlz instromen in het profiel GGZ Wonen.

In 2022 is een nieuwe bekostigingsmethode in de GGZ ingevoerd: het zorgprestatiemodel (voetnoot 1). Dit model deelt de GGZ op in zorgprestaties (consulten, verblijfsdagen, toeslagen en overige prestaties). Als onderdeel van het ZPM wordt ook de zorgvraagtypering (ZVT) ingevoerd. De tarieven van consulten binnen de GGZ worden in het ZPM gedifferentieerd naar type consult, tijdsduur, beroep van de behandelaar en setting. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen individuele consulten en groepsconsulten. De bekostiging van de verblijfsdagen is niet wezenlijk veranderd in het ZPM: er geldt een tarief per verblijfsdag, gedifferentieerd naar verzorgingsgraad en beveiligingsniveau. De tarieven worden vastgesteld door de NZa.

Verzekeraars zijn niet volledig risicodragend voor de GGZ. In 2020 is in de risicoverevening de hogekostencompensatie in de GGZ geïntroduceerd. Hiervoor wordt een drempelwaarde bepaald, zodat 0,5% van de GGZ-gebruikers kosten heeft die gelijk aan of boven de drempelwaarde zijn (voetnoot 2). Van deze verzekerden wordt 90% van de GGZ-kosten boven de drempelwaarde gecompenseerd. De hogekostencompensatie betreft een onderlinge verrekening tussen de zorgverzekeraars.

Tarieven

De NZa stelt maximumtarieven vast voor (het merendeel van) de GGZ-prestaties (zie voetnoot 3). Deze tarieven worden elk jaar geïndexeerd door de NZa om te corrigeren voor in- of deflatie (zie voetnoot 4). Daarnaast veranderen maximumprijzen soms om andere redenen, bijvoorbeeld omdat meerdere prestaties geïntegreerd worden tot één prestatie.
Na uitspraak van het College van het Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) heeft de NZa in november 2024 de tarieven voor de jaren 2022 tot en met 2025 (met terugwerkende kracht) aangepast met gemiddeld 6%. Volgens het CBb had de NZa bij het berekenen van de tarieven te weinig rekening gehouden met de gestegen hoeveelheid indirecte tijd. Het is voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders niet verplicht om zorg die al gedeclareerd en vergoed is te verrekenen tegen de hogere tarieven. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 heeft deze herijking daardoor zeer beperkt effect gehad op de zorgkosten.

In 2021 stijgen de tarieven in totaal met ongeveer 3,5%. Door de invoering van het Zorgprestatiemodel zijn de tarieven van 2022 en later niet goed vergelijkbaar met de tarieven van 2021 (en eerder). Tussen 2022 en 2024 stijgen de tarieven met ongeveer 13%, exclusief de verhoging van ongeveer 6%. In andere woorden: in de praktijk nemen de GGZ-tarieven in deze periode toe met 6,7% per jaar. In 2025 stijgen de tarieven voor consulten gemiddeld met 4,7% (zie voetnoot 5). De tarieven voor verblijf nemen gemiddeld toe met 4,8%, terwijl de tarieven voor overige prestaties stijgen met ongeveer 4%.

In 2021 stijgen de tarieven in totaal met ongeveer 3,5%. Door de invoering van het Zorgprestatiemodel zijn de tarieven van 2022 en later niet goed vergelijkbaar met de tarieven van 2021 (en eerder). Tussen 2022 en 2024 stijgen de tarieven met ongeveer 13%, exclusief de verhoging van ongeveer 6%. In andere woorden: in de praktijk nemen de GGZ-tarieven in deze periode toe met 6,7% per jaar. In 2025 stijgen de tarieven voor consulten gemiddeld met 4,7%.5 De tarieven voor verblijf nemen gemiddeld toe met 4,8%, terwijl de tarieven voor overige prestaties stijgen met ongeveer 4%.

Beleidswijzigingen in de periode 2020-2025

Hieronder worden de belangrijkste beleidsveranderingen in de periode 2019-2023 beschreven.

2021

GGZ Wonen

Vanaf 2021 bestaat er binnen de Wlz, de optie GGZ wonen. Mensen die hun leven lang intensieve GGZ nodig hebben, kunnen vanaf dan met een juiste indicatie toegang krijgen tot de Wlz. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Deze cliënten hadden hiervoor zorg die bekostigd werd vanuit de Zvw, Wmo en/of Jeugdwet (zie voetnoot 8). Ook vanuit de GGZ binnen de Zvw zal zorg overgeheveld worden. De inschatting van het Ministerie van VWS in de begroting 2022 was dat het gaat om ongeveer 33 miljoen euro op jaarbasis.

Afwikkeling DBC’s

Door de invoering van de nieuwe bekostiging (Zorgprestatiemodel) in 2022 worden in 2021 alle nog openstaande DBC-producten op 31-12 afgesloten. Dit heeft tot gevolg dat er minder kosten in 2021 verantwoord worden. Normaliter werd zorg geleverd in het volgende jaar maar vallend onder een DBC uit het vorige jaar verantwoord in het jaar van het openen van de DBC. De verwachting is dat de kosten in 2021 door deze administratieve verschuiving 1,2 miljard euro lager zijn dan normaal. Er wordt niet minder zorg geleverd en het is dus ook geen bezuiniging of besparing, maar puur een administratieve verschuiving van kosten.

2022

Invoering Zorgprestatiemodel (ZPM)

In 2022 is een nieuwe bekostiging ingevoerd: het zorgprestatiemodel (ZPM). Zie ‘Bekostiging van de GGZ’.

Methodiek Verdiepende analyses zorglasten Zvw 2020-2024

Voor de verdiepende tabellen wordt gebruik van gemaakt van declaratiegegevens die verstrekt zijn door de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut via Vektis. Ten behoeve van de wettelijke taken worden deze gepseudonimiseerde declaraties gebruikt voor onder meer desbetreffende tabellen.

Omdat de kosten nog niet uitgedeclareerd zijn, zijn de laatste jaren nog aan verandering onderhevig. Tevens is het meest recente jaar (en in sommige gevallen ook eerdere jaren) nog leeg gelaten op de diepere niveaus, omdat er te weinig declaraties zijn.

Voetnoten

  1. Voor meer informatie, zie: https://www.zorgprestatiemodel.nl/
  2. Zorginstituut Nederland. Regeling Risicoverevening 2025.
  3. Nederlandse Zorgautoriteit. Beleidsregel Prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg - BR/REG-25107a. Zie: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_761268_22/2/
  4. Nederlandse Zorgautoriteit. Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg - BR/REG-25137. Zie: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_780548_22/
  5. Nederlandse Zorgautoriteit. Tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg TB/REG-25608-02. Zie: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_769896_22/
  6. NZa. Informatiekaart GGZ-Wonen in de Wlz per 2021 – eerste inzichten in de instroom. Zie: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_657691_22/