Tekst

Met behulp van declaratiegegevens van zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn de zorgkosten in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz) in kaart gebracht in het laatste levensjaar van mensen die zijn overleden in 2019 en 2022. Deze kosten zijn vergeleken met de kosten van mensen die niet zijn overleden.

Hogere zorgkosten in laatste levensjaar

Twaalf procent van de zorgkosten in 2022 binnen de Zvw en Wlz was voor mensen die zijn overleden in dat jaar. De zorgkosten binnen de Zvw en Wlz in 2022 zijn 14,6 keer hoger voor mensen die zijn overleden vergeleken met mensen die niet zijn overleden: ongeveer €54.000 vs. €3.700. Het verschil tussen mensen die zijn overleden en niet zijn overleden is tussen 2022 en 2019 iets kleiner geworden (14,6 versus 15,3). Belangrijk is om te beseffen dat de kenmerken tussen mensen die zijn overleden en niet zijn overleden sterk verschillen. Veel van de mensen die overlijden zullen in het jaar voor het laatste levensjaar ook al hogere zorgkosten hebben. Hier is niet voor gecorrigeerd. Voor mensen van 75 jaar en ouder zijn de zorgkosten 5,0 keer hoger voor mensen die zijn overleden vergeleken met mensen die niet zijn overleden. En is dit verschil is tussen 2022 en 2019 nauwelijks afgenomen. De grootste verschillen tussen mensen die zijn overleden en niet zijn overleden worden gevonden voor de kortdurende herstelzorg (GRZ, ELV en GZSP), verpleging en verzorging en ziekenvervoer. De zorgkosten stijgen met name in de laatste twee à drie maanden voor overlijden. Als de zorgkosten van mensen die zijn overleden niet worden meegenomen zijn de zorgkosten voor ouderen lager. Dit verschil is groter met stijgende leeftijd. Leeftijd blijft nog wel een belangrijke voorspeller voor de zorgkosten.

Hoogste zorgkosten voor mensen die in Wlz-instelling overlijden

De kosten van overlijden verschillen naar de plaats waar iemand overlijdt: elders waaronder thuis, hospice, Wlz-instelling, Wlz-instelling met palliatief terminale zorg (VV10) en ziekenhuis. De zorgkosten in het laatste levensjaar zijn voor mensen die in een Wlz-instelling met palliatief terminale zorg overlijden het hoogst, gevolgd door mensen die in een Wlz-instelling overlijden, ziekenhuis, hospice en mensen die elders overlijden, waaronder thuis. Met name voor mensen die in een ziekenhuis overlijden stijgen de kosten sterk in de laatste maand voor overlijden. Mensen die daar overlijden hebben vaker aandoeningen van acute aard zoals hart- en vaatziekten. Dit zien we ook terug in hogere kosten van ziekenvervoer en van dure geneesmiddelen.

Hogere zorgkosten door veroudering en laatste levensjaar

De zorgkosten in het laatste levensjaar zijn hoog. De hogere zorgkosten van ouderen komen zowel door hogere leeftijd als door de hogere zorgkosten in het laatste levensjaar. In de ramingen van zorgkosten is het goed om hier rekening mee te houden. Het is belangrijk om te beseffen dat in deze analyses niet de inhoud en kwaliteit van zorg zijn meegenomen, en of het passende zorg betreft. We kunnen op basis van deze analyses niet aangeven of iemand de juiste zorg heeft ontvangen of juist te weinig of te veel.